Het meest voorkomende verschijnsel van schildklierkanker is een knobbel in de hals. Vaak wordt deze per toeval ontdekt. De meeste patiënten met schildklierkanker hebben geen klachten. Klachten die wijzen in de richting van schildklierkanker zijn onder andere: (snelle) groei van de knobbel, het hees worden van de stem of het ontstaan van nieuwe knobbels.
Om vast te stellen of de knobbel wel of geen kanker is, wordt een punctie gedaan. Bij een punctie worden er met een hele dunne naald cellen uit de knobbel opgezogen. De cellen worden door, een patholoog onderzocht. Het inbrengen van een dunne naald kan gevoelig zijn. Complicaties treden vrijwel nooit op. De uitslag van de punctie kan zijn dat het zeker een kwaadaardig gezwel is, dat het zeker géén kwaadaardig gezwel is of dat het onduidelijk is of het goed- of kwaadaardig is. Soms moet de punctie herhaald worden. Vaak wordt ook een echografie van de hals verricht. Soms is het nodig om ook vóór en na de operatie nog een MRI en/of CT-scan te maken. Wanneer er gedacht wordt aan uitzaaiingen kan een MRI en/of (PET)CT-scan worden gemaakt.
Voor meer informatie over schildklierkanker:
www.schildklier.nl
www.kanker.nl